Gedragsproblemen in de klas

gedragsproblemen

Pubers kunnen voor flink wat onrust zorgen op school en thuis. Hier wordt vaak snel een label op geplakt. De leerling heeft gedragsproblemen, of zelfs een gedragsstoornis. Maar wat betekent dit eigenlijk? Wanneer heeft een kind een gedragsprobleem en wanneer een gedragsstoornis? Deze blog gaat hier verder op in.

Gedragsstoornis versus gedragsprobleem

Gedragsproblemen komen bij veel kinderen op verschillende leeftijden voor. De problemen kunnen voortkomen uit een gedragsstoornis, zoals oppositionele gedragsstoornis (ODD) of normoverschrijdend-gedragsstoornis (CD). Gedragsstoornissen zijn echter zeldzaam: 2 à 3 % van de mensen heeft ODD of CD. Gedragsproblemen hoeven dus niet per sé voort te komen uit een gedragsstoornis. Vaak is de oorzaak te vinden in veranderingen van de omgeving of de start van de puberteit. Zo kan een gepeste leerling zich thuis gaan afzetten tegen zijn of haar ouders, wanneer de frustratie hoog oploopt. Een leerling die net verhuisd is kan de clown uithangen om leuk gevonden te worden door zijn nieuwe klasgenoten. Tot slot kan een puber plotseling boos worden, omdat alle indrukken even te veel zijn. Maar wanneer spreken we dan van gedragsproblemen?

Wat verstaan we onder gedragsproblemen?

Onder gedragsproblemen verstaan we opstandig, antisociaal, druk of prikkelbaar gedrag dat een negatief patroon heeft ontwikkeld gedurende een aantal maanden. Volgens deze definitie heeft een leerling met eenmalig een grote mond dus geen gedragsprobleem. Een veelvoorkomend gedragsprobleem in het basis- en middelbaar onderwijs is pesten. Ondanks de vele programma’s die scholen inzetten, blijft pesten een grote uitdaging voor veel leerkrachten en ouders. Cyberpesten is een nieuwe variant van pesten, waarbij een kind via sociale media gepest wordt. Dit maakt het opsporen en oplossen van pesten nog lastiger.

Agressief en/of druk gedrag wordt ook regelmatig gezien in het onderwijs. Sommige leerlingen moeten nog leren om hun gedrag en emoties te reguleren, waardoor ze soms prikkelbaar en boos kunnen zijn. Andere leerlingen vinden het lastig om te vertellen wat hem of haar dwars zit, waardoor een leerling druk of agressief gedrag kan laten zien. Ook hebben sommige leerlingen simpelweg meer spanning of beweging nodig dan andere kinderen. Vaak is er sprake van ‘eerst doen, dan denken’. Weer andere kinderen zijn minder gevoelig voor straf, waardoor het probleemgedrag zich herhaalt.

Aangezien maar 2 tot 3 op de 100 leerlingen uiteindelijk een gedragsstoornis ontwikkelt en veel meer leerlingen last hebben van gedragsproblemen, kunnen we concluderen dat gedragsproblemen vaak van tijdelijke aard zijn. Hieronder tips om met leerlingen met gedragsproblemen om te gaan.

Tips!

  • Het is lastig om zelf rustig te blijven als het kind niet rustig is. Probeer niet mee te gaan in het gedrag van het kind, wacht tot het kind weer rustig is geworden en ga dan pas het gesprek aan over het gedrag. Emoties nemen vanzelf af, dus zal de boosheid minder worden. Zo kan soms een escalatie worden voorkomen.
  • Probeer erachter te komen waarom het kind zich op een bepaalde manier gedraagt. Pesters blijken vaak zelf ergens mee te zitten. Stel vragen en zoek externe hulp indien nodig.
  • Pubers zijn vaak gevoelig voor beloningen en straf kan escalerend werken. Probeer daarom gewenst gedrag te belonen. Grote kans dat de puber dat dan vaker zal laten zien! Dit principe is ook toepasbaar bij jongere kinderen.

Wat biedt KNAP! voor leerlingen met gedragsproblemen?

Alle leerlingen kunnen begeleiding krijgen bij KNAP!. Wij bieden een rustige omgeving waarin de leerlingen taakgericht aan de slag kunnen. Hierbij ligt de focus op het aanbrengen van structuur, de juiste aanpak en duidelijkheid. Benieuwd wat wij voor uw kind kunnen betekenen? Neem dan contact met ons op.